Behandelmethoden

Boombeheerders hebben de keuze uit verschillende methoden om de overlast van de eikenprocessierups te bestrijden.  

 

Biologische bespuiting

De bladbespuiting met een biologisch bestrijdingsmiddel kan worden uitgevoerd tot maximaal in het 3e larvale stadium. In de regel is dit in de periode eind april tot eind mei. De exacte periode dient aan de hand van zorgvuldige monitoring bepaald te worden. Door het jonge blad te bespuiten, sterven de jonge rupsen die aan het blad eten. Hierdoor kan de latere overlast door de eikenprocessierups sterk worden beperkt.

 

 

Branden

Zodra de rupsen zich op de stam van de boom verzamelen kan begonnen worden met het wegbranden van de rupsen (periode mei-juli). Wanneer branden wordt toegepast dient opgelet te worden voor verwaaiing van brandharen door de wervelende warme lucht en voor het ontstaan van bermbranden. Bij het branden van eikenprocessierupsen bij jonge eiken dient rekening gehouden te worden met het risico op bastbeschadiging in verband met de dunne schors.

 

 

 

 

Geen behandeling

Op basis van de locatie waar de aangetaste boom staat, kiezen sommige boomeigenaren ervoor om geen behandeling van de eikenprocessierups uit te voeren. In afgelegen (natuur)gebieden en langs autosnelwegen wordt de eikenprocessierups bijvoorbeeld zelden behandeld.

 

 

Zuigen

Door middel van het gebruik van een vacuümpomp en de inzet van een mesttank gevuld met water, kunnen grote hoeveelheden rupsen worden opgezogen. In de periode mei - juli worden vooral jonge rupsen opgezogen, terwijl in de periode juni - augustus vooral oude rupsen en rupsennesten weggezogen worden. De opgezogen rupsen en nesten moeten als afval behandeld worden. Het legen van de tak dient op een daarvoor geschikte locatie plaats te vinden.

Gerealiseerd door Boomadviesbureau De Groot en A!tention